tour 01

De geschiedenis van de fietsen van de Tour de France – Deel één

De Tour de France is het wielerevenement met het grootste aantal kijkers en een enorme media-aandacht. Dit betekent dat zowel sponsors als wielermerken bij de Tour betrokken zijn en hun nieuwe producten laten zien. De Tour werd echter in het leven geroepen om een krant te promoten; en het werd inderdaad een succes, niet alleen voor de krant L’Auto maar ook voor de fietsmerken en de onderdelen. Vraag het maar aan Campagnolo, Pinarello, Trek of een van de kleine fabrikanten die, zoals we zullen zien, het geluk hadden dat hun uitvinding door de organisatoren van de Tour werd goedgekeurd. Wij gaan die uitvindingen, veranderingen en vernieuwingen bekijken terwijl wij de evolutie van de fiets vanaf de eerste Tour tot heden doornemen.

Zonder remmen en op volle snelheid

image 7

Je zou kunnen zeggen dat de eerste fiets die de Tour de France won in 1903 half-fixie half-gravel was. Een stalen fiets, met vaste versnelling, houten velgen, 32-38 mm brede banden, leren zadel en een stuur dat lijkt op sommige huidige gravelmodellen. Het belangrijkste om in gedachten te houden was dat wanneer je met een vaste versnelling reed, je niet kon uitrollen tenzij je je voeten van de pedalen haalde en dat de enige manier om te remmen was door terug te trappen om de fiets af te remmen.

Freewheel vrijheid

Toen de bergetappes in de Tour de France hun intrede deden, werd de freewheel in gebruik genomen. Dit ondanks het feit dat Henri Desgrange (organisator van de Tour), een groot deel van de pers én veel renners van mening waren dat kunnen fietsen zonder te trappen de moeilijkheidsgraad van de wedstrijd verminderde, de verschillen tussen de renners deed afnemen en de fietsen complexer maakte vanwege mogelijke defecten. 

image 8

Het was het gevaarlijke karakter van afdalingen dat uiteindelijk leidde tot het wijdverbreide gebruik van freewheels. Een andere belangrijke factor was de verbetering van de remmen, die geleidelijk veranderden van stangbediende remmen op de band of velg naar remklauwremmen, vaak vergelijkbaar met de huidige remmen, die met een kabel worden bediend en op de velg remmen. 

Tijd om over te stappen

Opmerkelijk is dat, hoewel fiets derailleurs al voor de eerste Tour bestonden, de Tourdirecteur pas in 1937 toestond dat ze door alle renners in de wedstrijd werden gebruikt. Tot dan mochten ze alleen worden gebruikt door deelnemers in de categorie isolé (onafhankelijk). In 1912 verscheen de eerste derailleur van de Tour op de fiets van de onafhankelijke wielrenner (of liever cyclotoerist) Joanny Panel. De derailleur kreeg de charmante naam Le Chemineau, in tegenstelling tot de huidige namen zoals Dura-Ace 9150. 

image

In 1937 vond de laatste wijziging plaats en mochten alle renners slechts één model derailleur gebruiken: de Super Champion van de Zwitserse wielrenner en fabrikant Oscar Egg. Wellicht was er een overeenkomst, contract en commissiedeal tussen de organisatoren en deze fabrikant, maar feit is dat de winnaar van 1937 (Roger Lapébie) en 1939 (Sylvere Maes) deze derailleur gebruikten en dat de verkoop van de Super Champion een hoge vlucht nam.

image 9

Het was een doorbraak in die tijd. Niet alleen omdat hij 3 of 4 versnellingen had, maar ook omdat je van versnelling kon veranderen zonder te hoeven stoppen, het wiel te demonteren/repareren en de kettingspanning bij te stellen.

Evolutie van de versnelling

Sinds die eerste derailleur van 1937 zijn de versnellingen zo geëvolueerd dat de elektronische systemen van vandaag zo nauwkeurig, snel en betrouwbaar zijn en zo’n groot versnellingsbereik hebben dat Desgrange moeite zou hebben om een uitdaging te vinden die zo moeilijk is als die etappe Luchon – Bayonne van 1910. Maar die Super Champion vertoont weinig gelijkenis met wat we vandaag kennen. In de tussentijd hebben kleine maar opmerkelijke technologische evoluties de versnellingen van 3 naar 24 gebracht en de schakelflippers van de zitstangen naar de huidige shifters. Dit zijn de meest significante veranderingen:

Dropout parallelogram derailleur

TWc2BtcFLMVwjajan5cBZpONkQN0gcyfPbifULHooA7loS tldmFg JTsiUbbqs6M BXOtz6fEn1Kk77GPLg nxYkjktNnDFqGuxNgOZ2F9rolQRFb5YnruERaz82foTZcloS Tk8GiQR 6IiA

Tullio Campagnolo verfijnde (kopieerde en verbeterde) reeds bestaande derailleurs en in 1949 lanceerde hij het eerste prototype van het Gran Sport model, een derailleur waarvan de vorm en prestaties als “modern” konden worden beschouwd; het won zijn eerste Tour in 1951. Tegen die tijd werden de shifters al op de onderbuis geplaatst om zowel de achterderailleur als de voorderailleur te kunnen bedienen door aan kabels te trekken.

Versnellingen indexeren

Wanneer we tegenwoordig met een mechanisch schakelsysteem van versnelling veranderen, horen we een klik. Het lijkt eenvoudig en we nemen het voor lief, maar dat was niet het geval tot het midden van de jaren ’80. Tot die tijd was het een kwestie van spanning en frictie. De rijder verstelde de shifter of hendel tot hij de gewenste versnelling had bereikt, zonder een klik te horen. Toen Shimano het SIS (Shimano Index System) introduceerde, verhoogde het de snelheid, precisie en betrouwbaarheid van het schakelen. Andere fabrikanten (Campagnolo, Mavic en SunTour) kopieerden het idee en indexeerden de versnellingen.

Geïntegreerde schakelaars

Toen Shimano in 1990 de Dura-Ace 7400 met STI (Shimano Total Integration) lanceerde, brachten ze een revolutie teweeg in het uiterlijk van fietsen door de shifters uit de onderbuis in het frame te halen en ze te integreren met de remhendels op de kappen van het stuur om nog sneller te kunnen schakelen. Een jaar later ging Campagnolo nog een stap verder in de richting van aero-design door de kabels naar het stuur te leiden zodat ze verborgen zouden worden onder het stuurlint.

image 10

Elektronisch schakelen

image 11

Deze oplossing verscheen voor het eerst in 1993 met Tony Rominger en in 1994 met Chris Boardman. Beiden gebruikten de elektronische groepset Zap van Mavic en ondanks het onmiskenbare succes (de Engelsman won de Proloog en droeg de gele trui nadat hij de 7,2 km aan meer dan 55 km/u had afgelegd), sloeg de innovatie niet echt aan bij het peloton.

image 12

Toen Shimano in 2009 de Dura-Ace 7970 met Di2 (Digital Integrated Intelligence) introduceerde, vonden sommigen het onnodig (de monteurs van de teams waren echter zeer te spreken over het idee), maar de betrouwbaarheid, snelheid en comfort plus de eindzege van Cadel Evans in de Tour de France van 2011 deden de zaak beslechten. 

Sindsdien won alleen Vincenzo Nibali de Tour in 2014 met mechanisch schakelen. Zelfs dat was waarschijnlijk louter toeval, want op dat moment gebruikte Campagnolo (het merk waar Nibali’s ploeg op reed) al elektronische groepen in hun fietsen; het was waarschijnlijk de laatste keer dat een kabel de versnelling bediende op de fiets van een Tourwinnaar.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


Aanbevolen artikelen